De Poortwachters van Dilla: een interview met Slum Village

August 19, 2015

De heren van de Detroitse hip hop groep Slum Village zaten vorige week in de Red Bull Studio, waar ze de eerste dag tot in de late uurtjes vertoefden. De tweede dag blijft het tot half zes opvallend stil in de studio, de microfoon die nog zo begeesterd ingesproken werd ligt geduldig op zijn plek. De mannen zijn ‘under the weather’, een hoedanigheid die verklaard wordt na rondgaande verhalen over een bijzonder type whisky, waar ze tijdens het concert afgelopen donderdag naar refereren met de veelzeggende term Titty Juice. Na wat Whats-appjes met de manager willen ze toch wel graag naar de studio te komen voor een interview, en vooruit, plakken ze er nog een repetitiesessie aan vast. We spraken de ietwat brakke mannen die desondanks goedgeluimd met ons op de rode bank kropen.

Waar hebben jullie aan gewerkt gisteren? 
T3 tegen RJ Young: “Oh, je gaat niks zeggen vandaag? Ik moet alle antwoorden geven? Okay, we zijn hier om te werken aan een solo EP. Het is eigenlijk een vrij random plaat, met techno en rap erop. RJ heeft de beats gemaakt en ik schreef er wat teksten bij." 

Techno, zeg je? 
“Yes, officieel is het voor het eerst dat ik techno in mijn muziek terug laat komen. Naast RJ werken er een hoop andere producers aan mee. Het is echt een potpourri van funkiness." 

Jullie komen beiden uit de wijk Conant Garden, en gingen naar Detroit’s Persing High School, samen met Jay Dilla en Baantin. 
RJ Young: "T komt uit Conant Garden, mijn familie komt er vandaan maar ik zelf niet. Ik ging daar wel heen ja, aan de Oostkant van Detroit, T zat op een andere school, Southville high school." 

Kun je ons meenemen naar een typische dag op school? 
RJ Young: “Baatin zag in de aula, tijdens lunchpauze. Niet zijn eigen, hij ging gewoon naar iedereen pauze. Hij ging niet naar school, hij was alleen letterlijk in het schoolgebouw te vinden. Hij zat nooit in de klas, maar hing wel in het gebouw rond. In de aula werd veel gerapt, freestyles, battles enzo. Geen grote, georganiseerde rap battles hoor. Vroegere battles, waar veel werd geïmproviseerd. De echte battles kwamen later. Dilla zag ik nooit, als in; never ever, op school. Ik weet vrijwel zeker dat ik hem geen enkele keer in een klaslokaal gezien heb. Hij zat bij mij op school, maar ik heb ‘m daar echt nooit gezien. Ik ken hem wel via een schoolvriend, die Dilla aan me voorstelde als een dope guy who was doing beats. Zo is Slum Village ontstaan.”

Jay Dee deed vanaf het begin al hard zijn best om op te vallen in de Detroitse rapscene. Hoe lukte het jullie om erkenning te krijgen?
T3: “We brachten een album uit, Fan-Tas-Tic (Vol.1), maakten driehonderd kopieën en gaven ‘m aan Q-Tip, de producer en mc van A Tribe Called Quest zat.  Hij liet het album aan de industriemensen horen, aan Questlove, D’Angelo en anderen. D’Angelo vond ‘m geweldig. Zo, en omdat we lokale shows gingen doen, begon Slum Village op te vallen. Door die tape en door onze, bescheiden, fanbase hebben we het uiteindelijk voor elkaar gekregen dat een platenmaatschappij ons wilde tekenen. Dat was Counterflow Records. Wat ook geholpen heeft is dat Q-Tip ons het openingsconcert van A Tribe Called Quest liet doen.” 

Zouden jullie de sneltreinvaart waar jullie carrière daarna in terechtkwam dan toeschrijven aan Q-Tip?  
T3: “Nou, wat gebeurde was, we hebben hem ontmoet in een tourbus. Een chick die we kenden zat in een band die aan het touren was, en wij waren onze demo aan het promoten. Zij heeft ons toen aan hem voorgesteld. Dat was een demo van onze allereerste plaat, jaren voordat we hem Fan-Tas-Tic Vol.1 gaven. Hij vond alleen de beats cool, voor de rest was hij niet kapot van de demo. Hij is toen wel met Jay Dee gaan werken binnen The Ummah. Maar het heeft nog drie of vier jaar geduurd voor we hem weer een tape stuurden en het balletje dus ging rollen.” 

The Ummah was een muziekproductie-collectief dat het licht zag rond 1995 keyboard toetsenist veteraan Amp Fiddler Jay Dilla introduceerde aan Q-Tip. Laatstgenoemde was dusdanig onder de indruk van zijn beats dat hij hem inlijfde in het producersteam van Tribe, toen bestaande uit Q-Tip en Ali Shasheed, en geregeld schoof ook D’Angelo aan. Het collectief maakte naast hun eigen producties ook tracks en remixen voor grootheden als Busta Rhymes, Whitney Houston, Keith Murray, the Brand New Heavies, Janet Jackson, and Jon B.  

Voor zijn dood altijd in de periferie van de muziekwereld, maar posthumaan aanbeden door Jan en Alleman. Zo ongeveer elke rapper, van Kanye tot Jay-Z, heeft wel een ode aan Dilla gemaakt. Wat vinden jullie daar eigenlijk van, is het een hype geworden? 
T3: “Het is altijd goed als andere artiesten de legende levend houden. Sommige van hen hebben geen benul, anderen zijn oprecht en houden gewoon van Dilla’s muziek. Dus weet je, het is sowieso een positief iets. Je kan er niet over klagen.”

Jullie nieuwe album ‘Yes’ is krap twee maanden uit is een mix van klassieke en nieuw school hip hop. Hoe staat het met hip hop op dit moment volgens jullie? 
T3: “Er zijn genoeg dope artiesten te vinden op dit moment, die hun eigen ding doen, Kendrick Lamar bijvoorbeeld, of J-Cole. Het maakt niet uit in welke tijd we zitten, artiesten die exceptioneel goed zijn zullen er altijd uitspringen. Veel mensen denken dat ik terug wil naar de tijd van classic hip hop. Dat is niet zo. Die dagen waren classic voor een reden, mensen moeten gewoon opnieuw tijdloze shit maken. Het enige dat ik nu wel mis is diversiteit in wat uitgebracht wordt. Er wordt hier in Detroit veel dope muziek gemaakt, maar veel artiesten krijgen geen showcase dus hun muziek komt vaak niet aan het licht.”

Is het nu moeilijker om door te breken in de hip hop scene, dan in de gouden Jaren 90? Enerzijds maakt het inderdaad het makkelijk, maar er is ook veel concurrentie. 
T3: “Het is nu veel moeilijker, zonder twijfel. Als artiest heb je zoveel concurrentie, te veel. Je weet niet meer waar je naar moet luisteren. De enige manier om erachter te komen hoe goed iemand is, is als ik op elke artiest zou klikken die ik zie. Niemand heeft de tijd en het geduld om op elke track te klikken. Ik zou echt niet weten hoe het dan wel lukt, ik kan alleen maar zeggen; succes ermee.”

RJ Young: “Via via zou kunnen. Mijn neefje bijvoorbeeld, die dan zegt dat ik naar die of die gast moet luisteren. Zo blijf ik een beetje op de hoogte van wat er speelt in de stad.” 

T3: “Of je moet al familie zijn van een andere rapper, Ice Cube ofzo, iemand die megagroot is. Dan wordt het wel gecheckt. Buiten dat: vergeet het maar. Tenzij je dus exceptioneel goed bent.” 

Luisteren jullie alle soorten nieuwe hip hop? Kendrick Lamar en J-Cole leunen meer naar conscious rap.  
T3: “Het moet gewoon goed zijn, verder maakt het niet uit.” 

RJ Young: “Ik luister naar alles. Er is een plek voor alle soorten hip hop, ik luisterde vroeger ook naar alles, er was geen onderscheid. Slum Village is niet zozeer een conscious hip hop groep, dus waarom zou ik alleen naar rappers luisteren die bewustwording willen vergroten? Dat heb ik nooit gedaan, ik luisterde vroeger ook zowel N.W.A. als A Tribe Called Quest.”

T3: “En Luke.” 

RJ Young: (lachend) “En Luke ja.” (Luther Campbell, red.) Ik hou nog steeds echt van ghetto, hood hip hop. 

Jullie zijn altijd in Detroit blijven. Mag ze nog steeds een hip hop stad genoemd worden? 
T3: “Het gaat weer de goede kant op, er zijn een hoop mensen bezig hier. Van Big Sean tot Danny Brown, en underground artiesten zoals Guilty Simpson en nog aantal die al sinds jaar en dag in de game zijn, dus ik denk dat we het binnen spectrum van rappers wel goed doen. We zijn zeker niet de grootste hip hop stad, maar Detroit heeft wel een bijzonder geluid, niemand klinkt zoals wij, wat een zegen is.” 

Met veel kids in Detroit gaat het niet altijd even lekker. Er is veel behoefte aan goede rolmodellen. Voelen jullie je verantwoordelijk daarvoor?
T3: “Deels. Als je terug kan geven moet je dat altijd doen. Als ik terugkijk op mijn eigen professionele leven heeft Amp Filler mogelijk gemaakt dat we in een studio konden werken en andere dingen konden doen. En hij is nog steeds actief in de buurt, helpt nog steeds veel kinderen, snap je wat ik bedoel? Waar je kan moet je wel iets terug doen. We waren onlangs nog op mijn oude middelbare school, waar de J Dilla Stichting ons materiaal gaf om de kids mee te helpen. We hebben toen met ze gepraat over onze high school tijd, en er is een klaslokaal waar ze dat materiaal kunnen gebruiken.” 

Treden jullie nog wel vaker op in Detroit, ook al verdienen jullie daar niks op? 
T3: “We treden er zeker geregeld op, maar wel voornamelijk grotere dingen, zoals festivals. Niet zozeer meer de underground feesten natuurlijk. 

Op ‘Yes’ staan negen nummers die door Jay D geproduceerd zijn. Enig idee hoeveel werk van hem nog niet gereleased is?
T3: “Oh, hij heeft aardig wat achtergelaten. De nummers die wij gebruikt hebben waren al voor Slum Village gemaakt, we hebben ze alleen bijgeschaafd.”

Want jij, RJ Young, Dilla’s moeder Ma Dukes en zijn broer Illa J zijn als het ware de poortwachters van zijn muziek? 
T3: “Ik zie de stichting als de grootste poortwachter, maar wij hebben er zeker aandeel in dat zijn legende blijft leven. 

Wat is de beste manier om dat te doen, zijn legende groot houden? 
T3: “Gewoon zijn muziek blijven spelen. Pasgeleden hebben we nog een panel gedaan op een school, waar we samples van hem ontleedden met de studenten. Hoe ze tot stand kwamen, verhalen eromheen en dat soort dingen. We organiseren ook Dilla-dagen, en vorig jaar zelfs een J Dilla Festival, met Talib Kweli, Joey Badass, Mobb Deep, Pete Rock.. dat was cool man.” 

Veel mensen denken dat dit niet de originele formatie van Slum Village is, wat maar ten dele waar is. T3 was altijd een van de gezichten van de groep, maar ook RJ was er altijd bij, maar dan achter de akoestiek van de studiodeuren. Beiden kennen de producties van wijlen Baatin en Dilla als geen ander. Ook Dilla’s broertje Illa J was altijd betrokken bij de groep, zij het icognito. Baatin verliet de groep vroegtijdig vanwege zijn bipolaire aandoening en overleed in 2009. Illa J is nog steeds nauw betrokken bij Slum Village. 

Brengt Illa J het originele Slum Village sound terug en is dat het doel? 
T3: Illa J is familie weet je, hij is onderdeel van ons, maar als hij eigen dingen heeft is hij daarmee bezig. Op dit moment is hij bezig met z’n solowerk. Het is als werken met familie, hij wist onze routines al, is er vanaf het begin al bij. 

Op welk album zijn jullie het meest trots, als je terugkijkt? 
T3: “Dat kan je niet zeggen. Ieder album heeft zijn eigen verhaal. Trinity was het lastigst om te maken, en het album dat het makkelijkste tot stand kwam was Volume 1. We hadden toen al zoveel materiaal, dat we het in een week konden maken. Trinity was het moeilijkst, omdat Dilla de groep toen verlaten had om aan zijn solo-dingen te werken en ik niet wist hoe ik alles voor elkaar moest boksen. Ik maakte me veel zorgen over de beats. Baatin kwam niet meer opdagen bij de studio, het was al met al een enorm chaotische fase en ik wist niet meer waar ik het zoeken moest. De druk was heel hoog. Het is goed gekomen, RJ en ik hadden veel geluk. Heel veel geluk. Black Milk kwam uit het niets, niemand had nog van hem gehoord, zelfde geldt voor Karriem Riggins en Waajeed.” 

Wat gaat er nog meer gebeuren, jullie zijn ook bezig met andere dingen buiten de muziek? 
T3: “Niet meer, onze focus ligt nu echt op muziek. Ik ben bezig met mijn solo-project en RJ ook. Volgend jaar komt er misschien nog een nieuwe collab aan, maar dat zien we dan wel weer.”